Het begin van een nieuwe pagina in de oorspronkelijke publicatie en de pagina's waarop de illustraties voorkomen worden aangegeven in blauw. Dit maakt het citeren van de oorspronkelijke publicatie mogelijk.

 

 

pagina 220>> 

 

Forum Hadriani, een geslaagde ‘mislukte’ stad (slot)

 

 

Westerheem 59, 2010, blz. 220-227.

 

 

Antony Kropff

Forum Hadriani wordt vaak geïnterpreteerd als een volwaardig Romeins provinciestadje. In twee eerdere bijdragen in deze serie werd deze interpretatie al ter discussie gesteld. In dit laatste artikel komen een aantal nieuwe aspecten aan de orde. We onderzoeken de dakpannen, de bouwresten, de mijlpalen uit de regio en de recente muntvondsten. De dakpannen van Forum Hadriani tonen bijvoorbeeld aan, dat de nederzetting al vrij snel na de stichting een militaire context kreeg. Een vergelijking met de Romeinse provincie Britannia zal duidelijk maken, dat een dergelijke ontwikkeling niet uitzonderlijk was.

Als stadje mislukte Forum, maar voor het Romeinse bestuur was de nederzetting een heel nuttig onderdeel van de (vooral militaire) infrastuctuur van het gebied achter de duinen. De Severische keizers maakten dankbaar gebruik van de mogelijkheden die de versterkte nederzetting bood. Er lijkt zelfs verband te bestaan tussen de bouw- en herstelwerkzaamheden in Forum Hadriani vanaf het eind van de tweede eeuw en de Severische bouwcampagne aan de Rijnlimes. Op basis van de gegevens uit de drie artikelen trekken we tenslotte de conclusie.

 

In het februarinummer van 2008 werd betoogd, dat Forum Hadriani een duidelijk militaire component had, in juni 2009 werd de conclusie getrokken dat het gebruikelijke Romeinse concept voor lokaal bestuur in het stamgebied van de Cananefaten niet mogelijk was. Dit concept was gebaseerd op de medewerking van de lokale elite die -daartoe in staat gesteld door voldoende welvaart, verkregen door een agrarische surplusproductie- bereid was, vanuit de stad het bestuur van het gebied op zich te nemen. In het stamgebied van de Cananefaten maakte echter het ontbreken van een surplusproductie van voldoende omvang een succesvolle urbanisatie, en dus volwaardig lokaal civiel bestuur nagenoeg onmogelijk.

We kunnen Forum Hadriani bekijken tegen de achtergrond van de provincie Germania Inferior. Als we de Rijn stroomafwaarts volgen, zien we grootschalige landbouw en een succesvolle urbanisatie tot Xanten. Verder stroomafwaarts wordt veeteelt de basis van de economie en dan zien we een moeizame urbanisatie. Voor meer voorbeelden van urbanisatie die door economische factoren slecht van de grond komt, moeten we naar andere provincies kijken.

Het Romeinse bestuur kampte namelijk niet alleen in het Nederlandse rivierengebied met dit probleem. Ook in het noorden van de provincie Britannia, waar veeteelt net als in ‘ons’ gebied de economische basis vormde, mislukten geplande steden soms. Men spreekt in de Britse archeologie in dat verband van een ‘failed town’. Een voorbeeld is Petuaria (Brough-on-Humber) in Yorkshire. [1]

pagina 221>> 

In de eerste twee bijdragen bleven de bouwresten en het bouwmateriaal van de nederzetting grotendeels buiten beschouwing. Dit aspect komt nu aan de orde.

 

Niet stedelijk?

 

Gezien de sociale, culturele en economische omstandigheden in het stamgebied van de Cananefaten is een succesvolle urbanisatie zoals gezegd niet goed mogelijk. Niet alleen de economische omstandigheden in het gebied, maar ook materiële gegevens afkomstig uit archeologisch onderzoek maken een ‘echte’ (functionerende) stedelijke nederzetting op deze plek weinig waarschijnlijk. Om te beginnen zijn er geen sporen van een monumentaal centrum gevonden en zonder een dergelijk centrum kon een nederzetting in Romeinse ogen niet als een stad worden gekwalificeerd. [2] Uit Romeins Brittannië kennen we wel Romeinse administratieve centra zonder monumentaal centrum [3], maar dan gaat het niet om echte steden.

 

De maat van de nederzetting geeft te denken. Als bij een reconstructie van drie theoretisch mogelijke begrenzingen van de stad het oppervlak wordt bepaald, komt 5,5 tot 9,5 hectare uit de bus, een ongebruikelijk kleine maat voor een Romeinse stad. Ook het gebruik van greppels om percelen af te bakenen en de aanwezigheid van een haven van 35 meter breed en 100 meter lang zijn binnen een Romeinse stad ongebruikelijk. [4] De aanwezigheid van een haven hoeft in principe geen afbreuk te doen aan de aanname dat het hier om een stad gaat, want de haven wordt buiten de stad gehouden als de ligging van de zuidelijke muur (waarvan overigens geen sporen zijn teruggevonden) ten noorden van de haven wordt aangenomen, al zou dat betekenen dat de westelijke muur, waarvan resten gevonden zijn, dan te ver richting Vliet doorloopt. [5] Toch zorgt de aanwezigheid van een haven buiten de muren op een andere manier voor vraagtekens bij het stedelijk karakter. Het oppervlak van de nederzetting komt dan uit op 5,5 hectare en op zo’n beperkte oppervlakte is een functionerende Romeinse stad nauwelijks denkbaar. Verder zou dan bepaald moeten worden, wat de infrastructurele samenhang was tussen de haven en de aangenomen stad. Het gaat hier toch hoogstwaarschijnlijk om een haven voor de aanvoer van bouw- en onderhoudsmateriaal, gezien de gevonden grote zuiltrommel. Dit soort ‘zwaar transport’ werd door de militaire Rijnvloot uitgevoerd. [6] Ook de ligging vlakbij de limes en het materiaal en de zware uitvoering van de teruggevonden resten van een kadewand wijzen op militaire betrokkenheid. [7] Ook de in Forum Hadriani gevonden dakpannen met het stempel CGPF (het stempel van de Nederrijnse marinevloot) suggereren dat het bij de haven om een militaire installatie ging die in verband stond met de nederzetting, die dan een militaire component zal hebben gehad.

pagina 222>> 

Civiel en/of militair?

 

Soms is het onderscheid tussen militaire en civiele nederzettingen niet gemakkelijk te maken. Uit Engeland weten we bijvoorbeeld, dat in de Romeinse nederzettingen in Carlisle en Corbridge civiele en militaire gebouwen naast elkaar voorkwamen en dat het moeilijk is, civiele en militaire structuren van elkaar te onderscheiden. [8] Het strikte onderscheid tussen civiele en militaire nederzettingen is wat betreft Romeins Engeland al eerder in een aantal gevallen losgelaten. In Britannia verliep urbanisatie naar Romeins model in het zuiden, waar rijke landbouwgebieden waren, vrij snel en probleemloos. Daar waar urbanisatie mislukte, mede omdat de lokale economie niet op landbouw, maar op kleinschalige veeteelt was gebaseerd (bijvoorbeeld in Wales of Yorkshire) hadden min of meer stedelijke nederzettingen een nauwe samenhang met militaire structuren en netwerken. [9]

 

In Nederland is aan de hand van Romeins Aardenburg duidelijk geworden, dat van oorsprong civiele nederzettingen onder Septimius Severus (193-211 n.Chr.) en Severus Alexander (222-235 n.Chr.) een rol gingen spelen in de defensieve militaire structuren. [10] We moeten dus niet al te strikt vasthouden aan de verdeling van sites in uitsluitend civiel, dan wel uitsluitend militair.

 

In het eerste artikel in deze reeks (februari 2008) werd als mogelijkheid geopperd, dat Forum Hadriani op den duur werd gemilitariseerd en een gemengd civiel / militaire functie kreeg. We kijken nu naar materiaal op basis waarvan deze hypothese kan worden getoetst.

 

Wat vertellen de stempels?

 

Er is in Forum Hadriani in de loop van de tijd nogal wat bouwceramiek met militaire productiestempels aangetroffen, vanaf de eerste systematische opgravingen door Reuvens tot en met de onlangs gepubliceerde opgraving door BAAC. Ook bij de meest recente opgraving door AAC/projectenbureau werden militaire stempels aangetroffen, maar deze zijn nog niet gepubliceerd. Van de 232 militaire stempels die we nu kennen [11] zijn er 131 (56%) met stempels van de Exercitus Germanicus Inferior (EX GER INF, zie afb. 1) en 36 (16%) met stempels van de Vexilarii Exercitus Germanicus Inferior (o.a. VEX EX GER F). Deze stempels zijn relatief laat: de bouwceramiek met het stempel EX GER INF werden geproduceerd tussen circa 175 en 260 n. Chr. De stempels van de vexilarii werden gebruikt tussen circa 140 en 260 n.Chr. [12]

afb. pagina 221>> 

dakpanstempel Exercitus Germanicus Inferior

Afb. 1. Dakpanstempel van de Exercitus Germanicus Inferior.

 

Opvallend genoeg lijkt het totale percentage late (VEX) EX GER INF stempels in Forum Hadriani (72%) op het percentage (VEX) EX GER INF stempels in Alphen aan den Rijn: bijna 75 % van de dakpanstempels die uit het castellum Albaniana bekend zijn, behoren tot deze groep. De conclusie van een analyse van de stempels van Albaniana was, dat grote werkzaamheden in steen pas plaatsvonden in de tweede helft van de tweede eeuw. Deze bouwactiviteiten zouden dan mogelijk in verband kunnen worden gebracht met bouwactiviteiten onder Septimius Severus (193-211 n.Chr.). [13] Een bouwinscriptie toont aan, dat deze keizer in ieder geval verantwoordelijk was voor de bouw van één of meer toegangspoorten. Bouwactiviteiten onder Septimius zijn ook elders aan de limes aangetoond, o.a. bij Leiden, het castellum Matilo. [14]  Niet alleen de dakpannen van het leger zijn relatief laat, want hetzelfde geldt voor de in Forum Hadriani gevonden vlootstempels: alle dateerbare CGPF stempels stammen uit de tweede helft van de tweede eeuw en de eerste helft van de derde eeuw. [15]

 

pagina 223>> 

Wat kunnen we verder nog opmaken uit de aanwezigheid van militaire productiestempels op de bouwceramiek van Forum Hadriani? Over de betekenis van militaire stempels in een nederzetting is veel discussie geweest. Twee meningen staan in de literatuur tegenover elkaar. De eerste is, dat we militaire productiestempels op bouwceramiek vrijwel uitsluitend aantreffen in militaire nederzettingen, in militaire gebouwen en in openbare gebouwen die door (of in opdracht van) het leger zijn aangelegd. [16]

Dat militaire productiestempels wijzen op een militaire aard of context van gebouwen of nederzettingen wordt zeker niet door iedere onderzoeker onderschreven. Bogaers was van mening dat de vele militaire dakpanstempels uit Forum Hadriani onvoldoende aanleiding zijn ‘om het geheel te mogen beschouwen als een militaire aanleg’. [17] Ook anderen hebben zich in de loop van de tijd sceptisch uitgelaten over de koppeling tussen militaire dakpanstempels en militaire nederzettingen en gebouwen.[18] Gesteld wordt dan vaak, dat militair bouwmateriaal door het leger werd verhandeld en dat zo gebruik in civiele bouwwerken mogelijk was. [19] De vraag is, of we een dergelijke handel kunnen aannemen, want bewijzen daarvoor worden in de literatuur niet aangevoerd.

De militaire stempels op bouwceramiek moeten we zeer waarschijnlijk opvatten als autoriteitsstempels of bezitsstempels, bedoeld om ongeoorloofd gebruik door derden tegen te gaan. Diefstal door particulieren zal dus voorgekomen zijn. Als dan dakpannen aan particulieren werden verkocht, dan zou controle op ongeoorloofd gebruik en diefstal onmogelijk zijn.

 

In een recente monografie met betrekking tot militaire stempels [20] wordt na beoordeling van het materiaal de conclusie getrokken, dat het onwaarschijnlijk is dat systematisch en om grote schaal militaire bouwceramiek aan particulieren werd gekocht. Er bestaat geen enkel bewijs voor. De meeste archeologen die zich de laatste tijd met deze vraag hebben beziggehouden, delen deze mening. [21] Vanzelfsprekend is secundair gebruik van bijvoorbeeld dakpannen wel mogelijk: burgers kunnen militair materiaal hebben weggehaald van een verlaten militair gebouw. [22]

Bij de recente opgraving door BAAC kon voor het eerst de verhouding tussen gestempelde en ongestempelde bouwceramiek worden bepaald: deze was 1:410. Daarbij werd opgemerkt dat bij rurale sites de verhouding ver boven 1:1000 ligt terwijl een militaire site als het castellum plus de vicus van Woerden op 1:238 uitkomt. Vervolgens wordt de vraag gesteld, of Forum Hadriani misschien toch een context met een militaire component had, waarbij onder andere aan militaire bouwwerken zou kunnen worden gedacht. [23] De mogelijkheid dat militaire bouwmaterialen via handel in de civiele sector terecht zijn gekomen, wordt ook open gehouden.

 

pagina 224>> 

Het voorkomen van militaire bouwceramiek op deze schaal in een nederzetting als Forum Hadriani kan echter volgens de meest recente inzichten niet langer aan handel in legermateriaal worden toegeschreven. Het aandeel van het militaire materiaal in de totale bouwceramiek ondersteunt de in deze artikelenserie eerder aangenomen militaire context van de nederzetting.

 

De mijlpalen en hun verhaal

 

Er zijn in het stamgebied van de Cananefaten (Civitas Cananefatium) zeven mijlpalen gevonden, die alle zijn gepubliceerd. Een analyse van het ensemble en de onderlinge samenhang ontbreekt nog en komt hier aan de orde.

Als we de mijlpalen bekijken (zie tabel 1) vallen twee dingen op.

tabel pagina 222-223>> 

Tabel 1: Mijlpalen in de Civitas Cananefatium
vindplaats op naam van datering recente beschrijving vermelding van (afstand tot) M.A.C
Monster / Naaldwijk Marcus Aurelius 162 AD Waasdorp 2003: 39-40 A M AE C MP[V]II
Rijswijk 1963 Decius 250 AD Waasdorp 2003: 41-43 CANANEFATU[M] AB [CIVITATE]  LEUGA 1
Wateringse Veld Den Haag I Antoninus Pius 151 AD Waasdorp 2003: 20-24 A MAC MP IIII
Wateringse Veld Den Haag II Caracalla 212-213 AD Waasdorp 2003: 24-31 O PASS 2
Wateringse Veld Den Haag III Gordianus III 242-244 AD Waasdorp 2003: 31-33 2
Wateringse Veld Den Haag IV Decius 250 AD Waasdorp 2003: 34-37 CANANEFATES AB CIVITATE LEU[G] 1
Rijswijk 2005 Caracalla 212-213 AD Dorenbos et al. 2009: 114 2
noten
1. tekst (vrijwel) volledig aan onderzijde
2. tekstverlies aan onderzijde

 

In de eerste plaats zijn maar twee mijlpalen relatief vroeg, dat wil zeggen uit het midden van de tweede eeuw, vijf zijn er relatief laat. De vroegste dateert uit 151 n.Chr., de laatste uit 250 n.Chr. In de tweede plaats valt op, dat alleen de twee vroege palen verwijzen naar MAC. De vijf late palen vermelden MAC niet, wat in drie gevallen (zie de noten bij tabel 1) te maken kan hebben met de conserveringstoestand van de paal. De beide palen voor Decius geven de afstand aan tot ‘de civitashoofdstad’ maar vermelden MAC niet meer. Raakte de nederzetting een mogelijke municipiumstatus op den duur kwijt? Hoe één en ander precies moet worden geïnterpreteerd is onzeker. De mijlpalen maken in ieder geval duidelijk dat de weg tenminste een eeuw lang werd onderhouden, en dus van (strategisch) belang moet zijn geweest. De late onderhoudswerkzaamheden illustreren het militaire belang van de strandwallenzone (inclusief Forum Hadriani) in de 3e eeuw.

 

Meer munten, ander beeld?

 

Bij het onderzoek met betrekking tot Forum Hadriani dat in Westerheem van februari 2008 werd gepubliceerd, konden 366 munten in een histogram worden verwerkt. Na de opgravingen van respectievelijk BAAC in 2005 en AAC/projectenbureau in 2007-2008 kunnen nu in totaal 608 op keizer gedetermineerde munten worden geanalyseerd. Het ‘oude’ histogram naar de stand van het onderzoek in 2004 is hier opgenomen als afb. 2, het nieuwe als afb. 3.

histogrammen pagina 224-225>> 

Histo FG 2004 geslaagde mislukte

Histo FH 2009 geslaagde mislukte

Een munthistogram is een weergave van het vondstcomplex van een site of nederzetting, verdeeld over de verschillende perioden.

pagina 225>> 

De perioden in de histogrammen zijn genummerd, een volledig overzicht van de bij de nummers behorende perioden is te vinden op pagina 4 van het genoemde artikel uit 2008.

De periodes die voor dit verhaal van belang zijn, worden hieronder meteen toegelicht. De waarden in de histogrammen zijn als volgt berekend. Het aantal gevonden munten per periode wordt gedeeld door het aantal jaren dat die periode beslaat. De nu gevonden waarde wordt vermenigvuldigd met de factor 1.000 en vervolgens gedeeld door het totale aantal munten dat op de site is gevonden. Het nu berekende verlies per jaar per 1.000 munten per periode wordt gepresenteerd in een staafdiagram, zodat een snelle onderlinge vergelijking van sites mogelijk wordt. [24] Een eerste piek in het histogram hangt samen met de stichtingsdatum, of het moment waarop de nederzetting een andere, meer ambitieuze functie kreeg. Het lijkt dan ook wel zeker, dat de overgang van een al bestaande inheemse nederzetting naar een nederzetting volgens Romeins model tijdens de regeringsperiode van keizer Hadrianus (periode 7) plaatsvond. De piek voor de munten van Severus Alexander (periode 13) in het nieuwe histogram ondersteunt, samen met de ‘late’ militaire dakpanstempels de aanname, dat (verder) militarisering van de nederzetting een vooral laat-Severische ontwikkeling was. De piek voor periode 13 is in het nieuwe histogram nog meer afgetekend dan in het oude histogram, dat gebaseerd was op minder munten.

 

Opvallend is, dat er nieuwe munten naar Forum Hadriani bleven komen in de periode na Severus Alexander, terwijl de munttoevoer naar de forten aan de Rijn dan op lijkt te houden, voor zover we dat uit de vondsten kunnen opmaken. [25]  Aangezien nieuwe munten alleen via het leger in omloop werden gebracht  [26], toont deze verschuiving het toenemend militair belang van de strandwallenzone en het afnemend belang van de lineaire limesverdediging in het defensief concept van het gebied.

 

Conclusie

 

Het lijkt aanemelijk, dat Forum Hadriani door het Romeins bestuur in opzet werd gepland als de civitashoofdstad van de Cananefaten. De piek van de munten uit de periode van Hadrianus en de twee mijlpalen uit het midden van de tweede eeuw wijzen daar op.

pagina 226>> 

Eerder onderzoek [27] heeft echter al duidelijk gemaakt, dat aan de basisvoorwaarden voor succesvolle urbanisatie en lokaal bestuur door de inheemse elite, wat de basis was voor het Romeinse bestuursconcept, niet kon worden voldaan. Voldoende surplusproductie en de daarbij behorende welvaart ontbraken, waardoor de lokale elite niet in staat was in een stad te gaan wonen en het bestuur ter hand te nemen. Van een als zodanig functionerende provinciestad kan dan ook al vrij snel na de start in feite geen sprake zijn geweest.

 

Verder stelden we eerder al vast, dat Forum Hadriani waarschijnlijk een belangrijke rol ging spelen in een nieuw defensieconcept van het gebied. [28] Toen de voortschrijdende vernatting van de regio de Rijnlimes steeds moeilijker statisch- lineair verdedigd kon worden vanuit de castella, is waarschijnlijk overgegaan op een diepteverdediging van de strandwallenzone. De infrastructuur, de muur om de nederzetting, de militaria en de (militaire) graffiti op het aardewerk in Forum Hadriani en elders op de strandwallenzone en de munthistogrammen wezen in deze richting.

 

Aan de hand van aanvullend materiaal kan in deze bijdrage de balans worden opgemaakt.

Een monumentaal centrum ontbrak en het oppervlak was te gering voor een stadje naar Romeins model. De haven die in, of vlakbij de stad de stad lag, moet gezien de uitrusting vrijwel zeker een haven van de vloot van de Nederrijnse marine zijn geweest. Ook dit zijn elementen die de identificatie van de nederzetting als daadwerkelijk functionerende stad onwaarschijnlijk maken. De in deze artikelenreeks veronderstelde militaire functie van Forum Hadriani wordt ondersteund door een analyse van de gevonden bouwceramiek. De hoeveelheden dakpannen en ander bouwmateriaal met militaire productiestempels maakt (anders dan in het recente verleden werd verondersteld) een militaire context aannemelijk. Ongeveer 75% van de in Voorburg gevonden de militaire stempels dateert uit de tweede helft van de tweede eeuw of de eerste helft van de derde eeuw. Opvallend genoeg komt dit percentage relatief late stempels precies overeen met de verdeling zoals die op een militaire site (Albaniana/Alphen aan den Rijn) werd aangetroffen.

Het feit dat de late militaire stempels overwegen geeft ook aan, dat Forum Hadriani aanvankelijk niet als een nederzetting met een militaire component is gesticht. Toen bleek dat de civiele nederzetting in feite als mislukt moest worden beschouwd, kreeg de stad een gemengd civiel/militair gebruik. Dit zal waarschijnlijk gebeurd zijn in de Severische periode (192-235 n.Chr.). In die periode vonden ook bouwwerkzaamheden aan de limes plaats.

 

Afsluitend kan worden vastgesteld dat Forum Hadriani als stad mislukte, maar daarna vanaf het eind van de tweede eeuw een geslaagd element was in de totale infrastructuur van het gebied, waarbij het naast civiele, ook logistieke en militaire functies kreeg.

 

 

De auteur dankt Willem J.H. Willems voor zijn opmerkingen en aanvullingen.

Noten

1 Wilson 2003, p. 258-269; Wacher 19952, p. 399.

2 Edmondson 2006, p. 251-252; Wacher 19952, p. 18-19, 23.

3 Edmondson 2006, p. 280.

4 Bink en Franzen 2009, p. 435-439.

5 Ibidem, p. 439.

6 Beunder 1987, p. 210.

pagina 227>> 

7 Graafstal 2002, p. 10.

8 Burnham en Wacher 1990, p. 54-58.

9 Wilson 2003, p. 267; Burnham et. al. 2001, p. 69.

10 Besuijen 2008, p. 78-80.

11 Bink en Franzen 2009, p. 228; Holwerda 1923, p. 5, 139-140.

12 Holwerda en Braat 1946, p. 18; Bink en Franzen 2009, p. 228.

13 Haalebos, Franzen e.a. 2000, p. 121-123.

14 Hessing 1995, p. 93.

15 Beunder 1987, p. 207-209.

16 Zie voor een overzicht Kurzmann 2006, p. 232-241; Rüger 1968, p. 56-59.

17 Bogaers 1971, p. 131-132.

18 Zie voor een overzicht Kurmann 2006, p. 232-237; Willems 1986, p. 186.

19 Horster 2001, p. 118-120.

20 Kurzmann 2006.

21 Ibidem, p. 238.

22 Ibidem, p. 240-241.

23 Bink en Franzen 2009, p. 228.

24 Reece 1979, p. 175-176; Casey 1988, p. 41, 45; Kropff en van der Vin 2003, p. 60-61.

25 Kropff 2008, p. 11-12; Kemmers 2008, p. 98-99.

26 Casey 1986, p. 82; Aarts 2000, p.41, 209.

27 Kropff 2009.

28 Kropff 2008.

 

Literatuur

Aarts, J.G., 2000. Coins or Money? Exploring the monetization and functions of Roman coinage in Belgic Gaul and Lower Germany 50 BC- AD 450. Amsterdam.

 

Besuijen, G.P.A., 2008. Rodanum. A study of the Roman settlement at Aardenburg and its metal finds. Leiden.

 

Beunder, P.C., 1987. Vlootschouw. Enkele opmerkingen over de Romeinse vloot (Classis Germanicus) in Nederland of het westen van de provincie Germania Inferior. Westerheem 36, 207-212.

 

Bink, M. en P.F.J. Franzen, 2009. Forum Hadriani-Voorburg. Definitief Archeologisch Onderzoek. (BAAC rapport A-05.0125). ‘s-Hertogenbosch.

 

Bogaers, J.E., 1971. Voorburg-Arentsburg: Forum Hadriani. Oudheidkundige Mededelingen uit het Rijksmuseum van Oudheden te Leiden 52, 128-138.

 

Burnham, B.C., J. Collis, C. Dobinson, C. Haselgrove en M. Jones, 2001. Themes for urban research, c 100 BC to AD 200. In: S. James and M. Millett (eds.), Britons and Romans: advancing an archaeological agenda. (CBA Research Report 125). York, 67-76.

 

Burnham, B.C. en J. Wacher, 1990. The ‘Small Towns’ of Roman Britain. Londen.

 

Casey, P.J., 1986. Understanding Ancient Coins. Londen.

 

Casey, P.J., 19882. The interpretation of Romano-British site finds. In: P.J. Casey and R. Reece (eds.), Coins and the Archaeologist. Londen, 39-56.

 

Dorenbos, O., O. Holthausen en H. Koot, 2009. Modderen in een sloot. De vondst van een Romeinse mijlpaal in Rijswijk (ZH). Westerheem 58, 113-120.

 

Edmondson, J., 2006. Cities and Urban Life in the Western Provinces of the Roman Empire, 30 BCE- 250 CE. In: D.S. Potter (ed.), A Companion to the Roman Empire. Oxford, 250-280.

 

Graafstal, E.P., 2002. Logistiek, communicatie en watermanagement. Over de uitrusting van de Romeinse rijksgrens in Nederland. Westerheem 51, 2-27.

 

Haalebos, J.K. en P.F.J Franzen e.a., 2000. Alphen aan den Rijn-Albaniana 1998-1999. Opgravingen in de Julianastraat, de Castellumstraat,op Het Eiland en onder het St.-Jorisplein. (Libelli Noviomagenses 6). Nijmegen.

 

Hessing, W.A.M., 1995. Het Nederlandse kustgebied. In: T. Bechert en W.J.H. Willems (eds.), De Romeinse rijksgrens tussen Moezel en Noordzeekust. Utrecht, 89-101.

 

Holwerda, J.H., 1923. Arentsburg. Een Romeinsch  militair vlootstation bij Voorburg. Leiden.

 

Holwerda, J.H. en W.C. Braat, 1946. De Holdeurn bij Berg en Dal. Centrum van pannenbakkerij en aardewerkindustrie in den Romeinschen tijd. Leiden.

 

Horster, M., 2001. Bauinschriften römischer Kaiser. Untersuchungen zu Inschriftenpraxis und Bautätigkeit in Städten des westlichen Imperium Romanum in der Zeit des Prinzipats. (Historia Einzelschriften 157). Stuttgart.

 

Kemmers, F., 2008. Interaction or indifference? The Roman coin finds from the Lower Rhine delta. In: A. Bursche, R. Ciołek en R. Wolters (eds.), Roman Coins outside the Empire. Ways and Phases, Contexts and Functions. Wetteren, 93-103.

 

Kropff, A., 2008. De militaire context van Forum Hadriani. Westerheem 57, 2-15.

 

Kropff, A., 2009. Forum Hadriani. Een aanzet tot urbanisatie? Westerheem 58, 98-111.

 

Kropff, A.C., en J.P.A. van der Vin, 2003. Coins and continuity in the Dutch River area at the end of the third century AD. European Journal of Archaeology 6, 55-87.

 

Kurzmann, R., 2006. Roman Military Brick Stamps: A Comparison of Methodology. (BAR International Series 1543). Oxford.

 

Reece, R., 1979. Zur Auswertung und Interpretation römischer Fundmünzen aus Siedlungen. In: Studien zu Fundmünzen der Antike 1. Berlijn, 175-195.

 

Rüger, C.B., 1968. Germania inferior, Untersuchungen zur Territorial- und Verwaltungsgeschichte Niedergermaniens in der Prinzipatszeit. Keulen / Graz.

 

Waasdorp, J.A., 2003. IIII M.P. naar M.A.C. Romeinse mijlpalen en wegen. (Haagse Oudheidkundige Publicaties 8). Den Haag.

 

Wacher, J., 19952. The Towns of Roman Britain. Londen.

 

Willems, W.J.H., 1986. Romans and Batavians. A regional Study in the Dutch Eastern River Area II. Amersfoort.

 

Wilson, P., 2003. The Roman Towns of Yorkshire: 30 years on. In: P. Wilson (ed.), The Archaeology of Roman Towns. Studies in honour of John S. Wacher. Oxford, 258-269.