Het begin van een nieuwe pagina in de oorspronkelijke publicatie en de pagina's waarop de illustraties voorkomen worden aangegeven in blauw. Dit maakt het citeren van de oorspronkelijke publicatie mogelijk.

 

pag. 98>>

 

Forum Hadriani: een aanzet tot urbanisatie?  

 

Westerheem 58, 2009, blz. 98-111.

Antony Kropff*

 

Forum Hadriani lijkt het resultaat van een niet bijzonder geslaagde poging het beproefde Romeinse bezetting- en bestuursmodel toe te passen in het woongebied van de Cananefaten. De tot nu toe veronderstelde belangrijke markt- en handelsfunctie, het totale aantal inwoners van meer dan 1.000 personen, de bloei in de Antonijnse periode 1), het lijkt bij nadere beschouwing niet in overeenstemming met de culturele en sociaal-economische omstandigheden in het gebied.

 

Eerdere veronderstellingen met betrekking tot de rol en functie van Forum Hadriani waren gebaseerd op de ter plaatse gevonden overblijfselen en een interpretatie daarvan in het licht van hetgeen over de functie van ‘de’ stad in het Romeinse Rijk bekend is. Andere aannames zijn juist niet op de interpretatie van overblijfselen gebaseerd. Zo wordt er bijvoorbeeld van uitgegaan dat Forum Hadriani een marktplaats was, terwijl daar niets materieels op wijst 2).

Het vaak genoemde aantal inwoners van ruim 1.000 is gebaseerd op de eerste globale
schatting 3) die daarna nooit meer is getoetst.

Eerder werd al betoogd, dat Forum Hadriani in de loop van de tijd gemilitariseerd werd en een rol speelde in het militaire concept voor het omringende gebied 4).

In deze bijdrage wordt een poging gedaan, de overige functies van de nederzetting in kaart te brengen. Daarbij staan niet de materiële resten voorop, maar de reconstructie van de culturele en sociaal-economische omstandigheden in het gebied.

 

denarius Hadrianus

Afb. 1. Denarius voor Hadrianus (RIC 69).

 

Er wordt eerst bezien, hoe het Romeinse bezetting- en bestuursmodel in ideale omstandigheden functioneerde en welke randvoorwaarden daarvoor moesten zijn vervuld. Daarna wordt bekeken, of in de Civitas Cananefatium deze randvoorwaarden aanwezig waren. Ten slotte wordt onderzocht, welke rol en functie Forum Hadriani kan hebben gehad. 

Randvoorwaarden voor succesvol Romeins bestuur

Er is wel eens opgemerkt: ‘het Romeinse Rijk was een federatie van locale bestuurseenheden’ 5).

pag. 99>>

Het locale civiele bestuur werd overgelaten aan de leden van de locale elite, waardoor het centraal geleide overheidsapparaat beperkt in omvang en dus relatief goedkoop kon worden gehouden 6).

Om tot een succesvol bestuur van een bepaald gebied te komen, moest aan bepaalde voorwaarden zijn voldaan. De eerste is de aanwezigheid van een proto-urbane ontwikkeling, een centrale plaats vóór de Romeinse verovering. Verder zou de agrarische productie een surplus boven het eigen gebruik moeten opleveren en leden van de locale elite moesten bereid zijn, voor het leven in de stad te kiezen en aan het locale bestuur deel te nemen 7).

De economie van de Cananefaten 

Voor een succesvolle inbedding van een stad in het omringende gebied was de economische structuur en de draagkracht van dat gebied van groot belang 8). We zullen de Cananefaatse economische structuur beschrijven. 

Veeteelt en akkerbouw                                                                                            

De economische basis van de Civitas Cananefatium vormde het gemengd agrarische bedrijf met een sterke nadruk op veeteelt 9). Het Nederlandse rivierengebied was bij uitstek geschikt als weidegrond 10). De betekenis van de akkerbouw binnen het gemengd bedrijf was (zeer) beperkt, niet in de laatste plaats door de bodemgesteldheid.

Op grond van de bevindingen in het Kromme Rijngebied, zouden we -wat de akkerbouw betreft- onder andere wat rogge, emmer en haver mogen verwachten 11). Verder valt te denken aan peulvruchten en gewassen met oliehoudende zaden.

Pollenanalyse met betrekking tot de nederzetting Rijswijk- de Bult kan inderdaad duiden op de verbouw van onder andere emmertarwe en gerst 12). De akkerbouwcomponent in het gemengd bedrijf leverde in het beste geval net voldoende op om in de eigen behoefte te voorzien, maar ook niet meer dan dat 13).

Overigens zijn er bijvoorbeeld ook in de Belgische kustvlakte geen aanwijzingen voor akkerbouw van enige betekenis gevonden. Ook daar overheerste de veeteelt 14). Ook de Bataven hielden zich in hoofdzaak met veeteelt bezig. Onderzoek wees uit, dat in het woongebied van de Bataven akkerbouw in de tweede eeuw na Chr. bepaald niet grootschalig was 15).

Was er een agrarische surplusproductie? 

Een goed opgegraven boerenbedrijf, Rijswijk- de Bult, geeft een indicatie van de mogelijke surplusproductie op die locatie. Tot rond 120 n. Chr. was er waarschijnlijk slechts een heel geringe agrarische surplusproductie; tussen 120 en 270 kan er mogelijk een surplusproductie van vee zijn geweest 16). We moeten daarbij bedenken dat het hier om een groot bedrijf op de ‘goudkust’ van de civitas ging. Verder in het achterland (bijvoorbeeld Midden-Delfland) waren de agrarische nederzettingen veel eenvoudiger 17) en een surplusproductie minder aannemelijk.

Meer in het algemeen moeten we ons van de agrarische surplusproductie in het Nederlandse rivierengebied niet teveel voorstellen. Het Kromme Rijngebied 18), de Civitas Batavorum als geheel 19) en de Civitas Cananefatium 20) waren niet in staat tot een surplusproductie van belangrijke omvang. Enige tijd geleden werden in de nederzetting Tiel-Passewaaij de resten van een afgebrand horreum gevonden. Er werd verondersteld, dat deze een ‘flinke surplusvoorraad’ kon bevatten 21), maar enig eigen rekenwerk op basis van de brongegevens geeft als uitkomst, dat slechts 12 tot 24 personen met het mogelijke surplus een jaar konden worden gevoed als daarnaast 50% van de caloriebehoefte door ander voedsel dan granen werd gedekt. Het gaat dus om een zeer bescheiden surplus.

Men was ten behoeve van de in het rivierengebied gelegerde militaire eenheden steeds op import van voedsel aangewezen. Granen werden aangevoerd uit de villazone in het zuiden, waar ook het huidige Zuid-Limburg deel van uitmaakte. Dit blijkt uit resten emmertarwe met onkruidzaden en aardewerkscherven uit de kalksteen/lösszone in het zuiden, gevonden in het te Woerden opgegraven vrachtschip 22). De surplusproductie van de villazone was dan ook aanzienlijk.

pag. 100>> 

Een voorbeeld: zeven villae in de regio Heerlen, ieder met ongeveer 200 hectare landbouwgrond, konden samen per jaar tussen 700 en 2.800 personen extra voeden 23). De aanvoer van deze voorraden liep waarschijnlijk niet via de vrije markt, maar kan in handen zijn geweest van transporteurs/handelaren die bij het Romeinse leger onder contract stonden. We komen daarop nog terug. 

Was er een andere surplusproductie? 

Vanuit het oogpunt van het Romeinse bestuur leverde de civitas overigens wél een surplusproductie op van geheel andere aard: weerbare mannen. Er is wel gesteld dat de gebieden waar de nadruk lag op veeteelt, door de daaraan verbonden krijgermentaliteit voor het rekruten van soldaten voor de hulptroepen zeer geschikt waren 24). Er is in dat verband overigens op gewezen, dat de veronderstelde martialiteit van veetelers een door het Romeinse bestuur bewust gecreëerde mythe zou zijn geweest, bedoeld om grensstammen voor militaire doeleinden te kunnen manipuleren. Interne stamloyaliteit werd dan bestempeld als uiting van een martiale instelling. Rekrutering en het opleggen van een militaire traditie aan een stam werd daardoor mogelijk of vergemakkelijkt 25).

Het Nederlandse rivierengebied is wel ‘a kind of reserve for breeding soldiers’ genoemd 26). Net als bij de Bataven zal het hier zijn gegaan om een tribuut, dat andere belastingheffing geheel of voor een groot deel verving 27). De druk van de rekrutering op de Cananefaten moet zwaar zijn geweest: er stonden vanaf de eerste helft van de eerste eeuw een ala en een cohort (samen 960 man) onder de wapenen 28). Dat moet bij een geschatte stamomvang tussen 6.500 en 19.000 personen 29) een grote inspanning zijn geweest. De gevolgen van deze rekruteringsdruk lieten zich bij de Cananefaten duidelijk voelen: een economische groei was er in het gebied pas vrij laat, namelijk vanaf de eerste helft van de tweede eeuw 30). Ook had het ontbreken van een belangrijke aanvullende belastingheffing (in natura of geld) een negatief effect op de handel op de vrije markt. We komen daarop nog terug. 

Locaal bestuur door de elite 

Urbanisatie binnen een stamgebied maakte het locale bestuur door de eigen stamelite, de belastinginning en de ordehandhaving mogelijk 31). Vooral de locale elite moest dus worden gestimuleerd zich in de stad te vestigen en bestuurstaken op zich te nemen. De macht en het aanzien van de elite in het Nederlandse rivierengebied was gebaseerd op het bezit van vee. Veehouders zijn door hun bezit, levensstijl en mentaliteit (krijger/veehouder) niet erg vatbaar voor de culturele waarden van ‘romanitas’ 32) en dus niet geneigd tot het leven in de stad.

Ook in de Civitas Cananefatium zien we dat. Een voorbeeld: de bewoners van het voornaamste huis van Rijswijk- de Bult zullen zeker tot de stamelite hebben behoord. Toch woonde men blijkbaar niet in Forum Hadriani, maar in de nederzetting bij het vee. Dit valt af te leiden uit het huis zelf. Tijdens de laatste bewoningsfase (zie afb. 2) werd het huis gedeeltelijk in steenbouw opgetrokken en in bepaalde ruimtes voorzien van vloerverwarming en wandschilderingen. Het huis had toen waarschijnlijk geen stalruimte meer: het was een woonhuis met Romeinse luxe geworden 33).

 

Plattegrond huis de Bult

Afb.2. Plattegrond voornaamste huis op Rijswijk- de Bult. Laatste bouwfasen: 5 en 6 (bron: www.livius.org).

 

In het rivierengebied was geen sprake van uitgebreid grootgrondbezit van landbouwgronden, verbonden met grote villae 34). En juist de grootgrondbezitters vormden de elite die door hun rijkdom uit de surplusproductie van deze grootschalige landbouw voor het stadsleven en voor het locaal bestuur kon kiezen.

De gevolgen van deze situatie waren merkbaar in Noviomagus. Van twee decuriones (leden van de ordo, de ‘gemeenteraad’) kennen we het beroep uit inscripties en in beide gevallen ging het om handelaren, wat zeer ongebruikelijk is, want handelaren werden onder normale omstandigheden niet tot deze functie toegelaten 35). De gebruikelijke elite moet dus in onvoldoende mate voor het locale bestuur ter beschikking hebben gestaan 36).

(Proto)-urbanisatie 

Aan de Neder-Rijn en in Gallia Belgica was urbanisatie voor het Romeinse bestuur geen gemakkelijke taak.

pag. 101>>

Er was geen proto-urbane ontwikkeling vóór de Romeinse verovering. Urbanisatie werd dan ook door de Romeinen opgelegd en verliep langzaam 37). In het bijzonder aan de Neder-Rijn hadden de civitashoofdsteden geen inheemse voorlopers 38).

Het is dan ook de vraag, of het stamgebied van de Cananefaten geschikt was voor een ontwikkeling in de richting van urbanisatie. Er was inderdaad geen proto-urbane nederzetting op de plaats van het latere Forum Hadriani 39). De stad Forum Hadriani zal door de Romeinen in aanzet zijn aangelegd, waarbij moet worden gedacht aan het bepalen van de stadsgrenzen, het verkavelen en de aanleg van openbare gebouwen en wegen. Dit werk werd ter hand genomen door het leger 40).

Ook Romeins Nijmegen had geen proto-urbane voorloper, Oppidum Batavorum, de vroegste stedelijke nederzetting, werd door het Romeinse bestuur ‘gegeven’ (of liever gezegd opgelegd) aan de Bataven. Het was naar alle waarschijnlijkheid vooral een officieel centrum, zonder veel banden met de locale sociaal-politieke structuur 41). De nederzetting werd bewoond door onder andere Gallo-Romeinse handelaren, andere immigranten en veteranen. Van de nederzetting is maar zeer weinig opgegraven, maar aanwijzingen dat er veel Bataven woonden ontbreken. De Bataafse elite bleef op het land wonen 42). Oppidum Batavorum werd tijdens de Bataafse opstand (69-70 na Chr.) door de opstandelingen in brand gestoken, de nederzetting zal dus nooit als ‘eigen’ zijn beschouwd. De nieuw gestichte civiele nederzetting, Ulpia Noviomagus, was in feite ook een kunstmatige schepping. De stad werd niet ‘gedragen’ door de civitas. Willems karakteriseerde Noviomagus als ‘a town that never quite made it as such’ 43). Nijmegen was geen volwaardige Romeinse stad.

 

Toch kregen Forum Hadriani en Noviomagus later de municipium status. Dat in Neder-Germanië (naast waarschijnlijk Tungrorum/Tongeren) juist deze steden werden uitverkoren om tot municipium te worden verheven lijkt vreemd. In Gallia Belgica komen geen steden met municipium status voor 44), in Boven-Germanië slechts twee: Mogontiacum (Mainz) en Arae Flaviae (Rottweil). Romeins Brittannië kende er maar één: Verulamium (St. Albans).

De ‘verheffing’ van Romeins Voorburg en Nijmegen moet dan ook worden gezien als een steunmaatregel, een poging de urbanisatie in het limesgebied te ondersteunen. De steden waren eerder de zorgenkinderen dan de troetelkinderen van het Romeinse gouvernement, om met Van Es te spreken 45).

In het villagebied (Noord-Frankrijk, Midden-Rijn en het Moezelgebied) waar de akkerbouw belangrijk was, verliep de urbanisatie overigens relatief snel en succesvol.

pag. 103>>

Waren de randvoorwaarden vervuld?  

We kunnen een tussenconclusie trekken. In het stamgebied van de Cananefaten werd niet aan de randvoorwaarden voor een duurzame succesvolle Romeinse bezetting en voor een echte integratie in het rijk voldaan. Er was vóór de komst van de Romeinen geen proto-urbane ontwikkeling: de stad moest het gebied worden opgelegd en de locale elite lijkt niet bereid te zijn geweest, zich in de stad te vestigen en het bestuur van het gebied op zich te nemen.

De economische basis van de civitas was het gemengd bedrijf met een sterke nadruk op veeteelt. Een agrarische surplusproductie van enige omvang leverde dat niet op.

Het Romeinse bestuur voegde het gebied in feite aan het rijk toe om militair-strategische redenen: de aanwezigheid van de verdededigbare Rijn en de functie als strategisch belangrijke landbrug tussen de voor defensie en handel belangrijke Rijn- en Helinium monding. Economisch belang had de regio niet, de enige voor de Romeinen belangrijke surplusproductie bestond uit rekruten voor de hulptroepen. Deze omstandigheden voorspellen niet veel goeds voor de ontwikkeling van Forum Hadriani. We bekijken nu, hoe de stad onder deze omstandigheden kan hebben gefunctioneerd.  

Had Forum Hadriani een belangrijke rol als marktplaats? 

Forum Hadriani wordt wel als een levendige handelsplaats gezien 46). Dat beeld is ook wel genuanceerd: het zou gaan om een strikt locale, niet al te belangrijke markt 47).  Is op grond van de economische en logistieke situatie ter plaatse een (belangrijke) handelsfunctie aannemelijk? 

De vraag- en aanbodkant

Er is wel verondersteld, dat het leger vanaf het eind van de eerste, begin van de tweede eeuw tegen geldende prijzen op de vrije markt ging kopen, waarbij de opkomst van steden en de groei van de burgerlijke bevolking een stimulans was voor de civiele markt 48). Maar dit is alleen mogelijk in een gebied met een ruime agrarische surplusproductie en die ontbrak in ons gebied. Het leger kan aan de vraagkant dan ook geen grote rol hebben gespeeld binnen de locale economie.

Aangenomen dat Forum Hadriani daadwerkelijk als marktplaats functioneerde, wat kan dan de aard van die markt zijn geweest? Er zijn drie verschillende typen markt te onderscheiden: een markt voor lokale, ‘horizontale’ ruil, een markt voor interne handel en een markt die de rol van ‘centrale plaats’ vervulde 49). Bij horizontale ruil wisselen boeren in hun directe omgeving producten met elkaar uit. Van interne handel is sprake als een voedselsurplus uit het rurale gebied naar een stedelijk gebied wordt gebracht om aan de inwoners te worden verkocht. Een markt met de functie van centrale plaats bevindt zich ook in een stad en wordt vooral bezocht door bewoners van het omringende landelijke gebied, met het doel goederen en diensten te verkrijgen die op het platteland niet te vinden zijn. Forum Hadriani zou binnen deze indeling een rol kunnen hebben gespeeld als markt voor interne handel en zou daarnaast als centrale plaats kunnen hebben gefungeerd.

Als we de vraagkant van een markt voor agrarische producten bekijken, dan moeten we bedenken dat Forum Hadriani een bescheiden aantal inwoners had, waardoor de totale gecumuleerde vraag bescheiden moet zijn geweest. Bij het beoordelen van een functie als centrale plaats moet in de eerste plaats worden vastgesteld dat in Forum Hadriani tot nu toe sporen van een lokale nijverheid ontbreken. Aanvoer van elders geproduceerde goederen (zoals zout, aardewerk, metaalwaren, etc.) door handelaren is natuurlijk altijd mogelijk, maar de totale omvang van leveringen vanuit de stad naar het platteland was in het Romeinse rijk in alle perioden zeer beperkt 50).

 

Hoe zat het nu met de aanbodkant van een markt voor agrarische producten in Forum Hadriani? Markten waren van belang voor de stedelijke consumenten die over voldoende geld konden beschikken  

pag. 104>>

en voor handelaren 51), maar de boeren waren er niet afhankelijk van. Verreweg de meeste boeren voorzagen alleen in het eigen levensonderhoud en waren niet in staat op regelmatige basis producten in de stad aan te bieden 52). Voor de Civitas Cananefatium werd al vastgesteld, dat er geen belangrijke agrarische surplusproductie kan zijn geweest.

De opinie dat Romeinse boeren alleen voor de eigen levensbehoefte produceerden en niet voor de markt, is gemeengoed geworden onder historici 53). In afwijking van deze algemeen gangbare mening is wel verondersteld, dat sommige boeren periodiek wél een deel van hun producten op de markt verkochten, waarbij de noodzaak om belasting in geld te kunnen betalen een drijfveer was 54). Zoals in de volgende paragraaf nog aannemelijk zal worden gemaakt, ontbrak deze prikkel tot marktdeelname echter in het gebied van de Cananefaten.  

Invloed van de rekrutering op de markteconomie

Verder moet nog het volgende worden bedacht. We hebben in het voorafgaande al gezien, dat de heffing in weerbare mannen bij de Cananefaten andere belasting geheel of grotendeels zal hebben vervangen. Belastingheffing in natura is al een belemmering voor de handel via de vrije markt, omdat de noodzaak om surplusproductie op die markt om te zetten in geld om de belasting te betalen ontbreekt 55). Bij het rekruteren van soldaten voor de hulptroepen zal zelfs de belastingheffing in natura deels of misschien zelfs geheel ontbreken. De stimulans om de productie op te voeren ontbreekt dan bijna geheel, voor zover de rekruteringsdruk op de bevolking uitbreiding van de productie al mogelijk maakte. De markteconomie zal dit beslist niet hebben bevorderd 56). 

Forum Hadriani, de marktfunctie

Ten aanzien van een mogelijke markt in Forum Hadriani kan als conclusie het volgende worden opgemerkt. Het leger was voor de bevoorrading niet afhankelijk van een vrije markt. De handel in agrarische surplusproductie zal onregelmatig en beperkt van omvang zijn geweest, misschien niet eens voldoende om alle inwoners van Forum Hadriani te voeden. Van nijverheid zijn in Forum Hadriani tot nu toe weinig of geen sporen gevonden: het aanbod van locaal geproduceerde goederen was waarschijnlijk van beperkt belang. Wel kunnen we rekening houden met het aanbod van rondtrekkende handelaren, waarbij het ook om gebruiksartikelen kan zijn gegaan.

Kortom, aanwijzingen voor een belangrijke dagelijkse of periodiek- regelmatige markt, waarop‘Forum’ Hadriani op lijkt te wijzen zijn er in feite niet. 

Forum Hadriani deels zelfvoorzienend?

Overigens behoeft een beperkte en onregelmatige aanvoer vanuit het omringende gebied de inwoners van Forum Hadriani niet ernstig te hebben getroffen. Er mag worden verondersteld, dat een deel van de inwoners in of direct bij de stad zelf voedingsgewassen verbouwde in een eigen moestuin. Dit was in en rond steden zeker niet ongewoon, zoals blijkt uit archeologische sporen in bijvoorbeeld Pompei 57) maar ook uit vondsten in de Romeinse stad Claterna bij Bologna.

Deze praktijk bleef overigens niet beperkt tot Italië, want moestuinen aanleggen in en bij steden was een voedselproductiestrategie die in de Romeinse periode elders veel is toegepast 58).

Ook in Neder-Germanië zijn hiervan onder andere in Xanten en Tongeren sporen

aangetroffen 59). Dit maakte het de inwoners mogelijk, voor een deel in de eigen behoefte te voorzien en minder afhankelijk te zijn van de onregelmatige en wellicht vrij beperkte aanvoer uit het omringende gebied.

Inmiddels zijn bij de opgraving door BAAC in 2005 botanische resten gevonden die lijken te wijzen op de aanwezigheid van moestuinen in het onderzochte deel van de stad 60).

Wie bevoorraadde het leger? 

Als het leger in ons deel van de limes niet van locale aanvoer afhankelijk kon zijn, hoe kwam men dan aan voedsel?

pag. 105>>

Uit Romeins Brittannië weten we dat voedsel, wijn en garum het leger niet langs vrije handelskanalen bereikte. Er zal waarschijnlijke sprake zijn geweest van handelaren/transporteurs die speciaal voor het leger werkten 61). Het graanschip van Woerden kan van een dergelijke handelaar zijn geweest.

Verder werd naast eventueel plaatselijk aanbod nog vee gekocht (of als tribuut gevorderd) aan de overzijde van de limes 62). 

Van bestuursconcept naar geslaagde stad? 

Voor een afsluitend oordeel kan worden gegeven over de aard van Forum Hadriani zullen we de relatie tussen de stad en de omgeving bezien in het licht van wat al over andere steden in de omgeving bekend is. 

De sociaal-economische basis

Het Romeinse bestuursconcept voorzag in locaal bestuur door de stamelite vanuit een stad. Dit was een beproefd concept, dat echter niet overal een volwaardige Romeinse stad met een gezonde economische basis opleverde. We zagen al eerder, dat in het geval van Nijmegen het toepassen van het op urbanisatie gebaseerde bestuursconcept geen echt succesvolle stad behoefde op te leveren.

 

We betrekken nu nog een andere stad in Neder-Germanië in de beschouwing: Xanten (Colonia Ulpia Traiana). Van de centrale plaats die vóór het vestigen van de colonia op deze plek bestond, is bekend dat de economische uitwisseling met de omgeving gering was. Een deel van de inwoners voorzag zichzelf van voedsel: de eerder genoemde agrarische activiteit binnen of bij de stad. Na de oprichting van de colonia veranderde er wat betreft de economische situatie niet veel. De economische verankering van de stad in de regio ontbrak nagenoeg 63).

Xanten bevond zich dan nog in een betere positie dan Noviomagus en Forum Hadriani. Het gebied om de stad viel in twee delen uiteen: in het noorden kleinschalige veeteelt, wat net als in het Nederlandse rivierengebied een recept was voor een moeizame urbanisatie. In het zuidwestelijke achterland van de Colonia Ulpia Traiana waren op enige afstand wél villae waar grootschalige akkerbouw werd bedreven. Uit inscripties blijkt, dat de uit dit gebied afkomstige elite wél bereid was, bestuurstaken in de stad op zich te nemen.

Uit Xanten en Nijmegen is overigens bekend, dat Gallo-Romeinse handelaren met het leger waren meegekomen, waarbij we zagen dat deze groep in Nijmegen zelfs leden van de ordo, de ‘gemeenteraad’ leverde 64).

In Forum Hadriani zijn er vooralsnog geen aanwijzingen voor de aanwezigheid van Gallo-Romeinen.  

Materiële resten

Duidelijk is inmiddels, dat bij een poging tot reconstructie van een stedelijke nederzetting ook rekening moet worden gehouden met de sociale en economische interactie met het omringende gebied. Met betrekking tot Forum Hadriani is dat in het verleden niet voldoende gedaan. Kunow gaat in zijn overzicht van centrale plaatsen en steden in Neder-Germanië uit van de tastbare resten. Tot de typisch stedelijke elementen rekent hij openbare thermen, een amfitheater, een forum, kapitool en muren en poorten. Voor Forum Hadriani constateert hij de aanwezigheid van een muur en een openbaar badhuis. Op basis van de naam neemt hij, ook bij het ontbreken van sporen, de aanwezigheid van een forum aan 65). Uiteindelijk acht Kunow voldoende stedelijke elementen aanwezig in Keulen, Xanten, Nijmegen en Voorburg, de vier civitas hoofdsteden die municipium of colonia waren.

Als we de aanname van een forum niet volgen, voldoet Forum Hadriani niet aan de stedelijke vereisten van Kunow.

Ook voor het overige levert een eenduidige interpretatie van de materiële resten van Forum Hadriani problemen op. Slechts een beperkt deel (naar schatting ongeveer 30%) is opgegraven en veel meer zal dit na afsluiting van de opgravingen door BAAC (2005) en AAC/Projectenbureau (2007-2008)

pag. 106>>

niet worden, want in noordoostelijke richting is het gebied door afgraving in latere tijd sterk aangetast. Een groot deel van de opgravingen zijn door Reuvens en Holwerda op een betreurenswaardig vroeg tijdstip uitgevoerd waardoor veel gegevens verloren zijn gegaan. In het bijzonder Holwerda heeft met zijn graven volgens een sleuvensysteem in één vlak en verwaarlozing van vondstobjecten veel kansen gemis 66).

Op basis van vrij schamele grondsporen kan een compleet stadje volgens Romeins model worden opgetrokken, maar met evenveel (of meer) recht kan de conclusie worden getrokken dat het om een ‘zwak ontwikkelde’ nederzetting gaat 67). 

Hoeveel inwoners had Forum Hadriani?

Het schatten van het aantal inwoners van Forum Hadriani is niet eenvoudig, omdat de omvang niet met zekerheid bekend is en er een beperkt deel van het mogelijke oppervlak is onderzocht. Bebouwd oppervlak en bewoningsdichtheid per hectare zijn dan ook niet bekend. Daarnaast zijn geen amfitheater of grafveld aangetroffen, waardoor verdere hulpmiddelen bij het schatten van het inwonertal ontbreken. De enige beredeneerde schatting komt uit op ruim 1.000 inwoners 68). Daarbij is uitgegaan van een oppervlak van 18 hectare, waarvan 70% bebouwd en een aantal inwoners per hectare bebouwd oppervlak gelijk aan het voor Xanten aangenomen aantal van 96.

Daarbij zijn wel een aantal kanttekeningen te maken. Een stedelijke bevolking van ruim 1.000 personen op een stam met een (voor de tweede eeuw) geschatte omvang tussen 6.500 en 19.000 leden lijkt moeilijk voorstelbaar bij het ontbreken van een belangrijke agrarisch surplusproductie en de waarschijnlijk beperkte betekenis van Forum als markt- en handelsplaats. Hoe kunnen 1.000 inwoners hier in hun levensonderhoud hebben voorzien?

De oorspronkelijke basisaannames lijken te moeten worden aangepast. Inmiddels is de schatting van het bruto oppervlak teruggebracht van 18 naar 12 hectare 69). Met het schatten van de bevolkingsdichtheid per hectare moeten we voorzichtig zijn. De noordwestelijke hoek van de nederzetting had een relatief hoge bewoningsdichtheid. Als we de door Buijtendorp voorgestelde insulae-indeling 70) volgen (zie afb. 3), dan kunnen we aannemen dat insulae I en II samen (totaal oppervlak nog geen hectare) ongeveer 100 tot 120 bewoners kunnen hebben gehad. Andere insulae zullen, gezien de opgegraven resten, minder inwoners hebben geteld, deels onbebouwd zijn geweest, of werden grotendeels door openbare ruimten en gebouwen ingenomen (bijvoorbeeld de voorgestelde insula VII met het badhuis).

plattegrond FHAfb 3. Forum Hadriani, insulae-indeling naar Buijtendorp (bron: Buijtendorp 1987, 75).

 

We mogen aannemen dat de noordwestelijke helft van Forum Hadriani de grootste bevolkingsdichtheid had in verband met de ligging op de strandwal. Zelfs in dat deel van de stad moet af en toe wateroverlast zijn geweest 71). Het zuidoostelijke deel van de stad lag niet (volledig) op de strandwal en was veel natter. Bij onderzoek in dit deel van de stad door AAC/Projectenbureau in de winter 2007-2008 bleek, dat er door het aangenomen hart van de stad, haaks op de Fossa Curbulonis, een watervoerende geul van 40 meter breed liep. De vondst van een omgevallen kade en vondsten in de geul maken het aannemelijk dat deze geul als haven werd gebruikt. In de opgravingputten werd een kleilaag aangetroffen die duidt op een overstroming in de Romeinse tijd. Dit deel van de stad moet erg nat en nagenoeg onbewoonbaar zijn geweest. Dit alles heeft ook invloed op het mogelijke inwoneraantal. Als we de voorstelde insulae-indeling volgen, dan zouden insulae I tot en met X (samen circa 5 ½ hectare) in totaal wellicht 250 tot 270 inwoners kunnen hebben gehad. Zetten we deze schatting om naar een geschat totaal oppervlak van 12 hectare, dan komen we op maximaal 600 inwoners uit. Het zal dan waarschijnlijk niet gaan om 600 burgers die in het eigen onderhoud moesten voorzien. Al eerder werd verondersteld dat Forum Hadriani vanaf het eind van de tweede eeuw steeds verder gemilitariseerd werd en mogelijk een vast contingent soldaten onderdak bood 72).

pag. 107>>

Er is wel aangenomen, dat na de aanleg van Romeins Tongeren soldaten in of vlakbij de stad gehuisvest waren, met het oog op de uitbreiding en het onderhoud van de infrastructuur, de bewaking van de doorgaande wegen en de rekrutering 73). Dat kan in Forum Hadriani ook vóór de verdergaande militarisering aan het eind van de tweede eeuw eveneens het geval zijn geweest. 

Nog enkele vragen… 

Forum Hadriani werpt nog een aantal vragen op, die in het kader van deze publicatie alleen kort kunnen worden aangestipt.

De identificatie van de nederzetting als M.A.C. (waarschijnlijk Municipium Aelium Cananefatium) is gebaseerd op een aantal mijlpalen uit de omgeving, waarop de met de vondstplaats corresponderende afstandsaanduiding tot de stad (zie afb. 4) is aangegeven 74).

 

Mijlpaal Antoninus Pius

Afb. 4. Mijlpaal voor Antoninus Pius, gevonden in Wateringseveld, Den Haag (bron: afdeling Archeologie Dienst Stadsbeheer Den Haag).

 

De identificatie van de nederzetting als Forum Hadriani is uiteindelijk in feite slechts gebaseerd op twee wat minder zekere bronnen: de bekende vermelding op de geografisch overeenkomende plek op de Tabula Peutingeriana (zie afb. 5) en de inscriptie op de inmiddels verdwenen askist uit Környe in Hongarije 75).

 

peutinger kaart

Afb.5. Segment Tabula Peutingeriana met Forum Hadriani (bron: facsimile Conrad Miller, 1887).

 

 Er zijn geen epigrafische bronnen voor deze naam uit de civitas zelf bekend, een veronderstelde vermelding op één van de Rijswijkse mijlpalen en een in de stad zelf gevonden inscriptiefragment 76) zijn inmiddels als zodanig van tafel 77).

 

Hoe zit het nu met ‘forum’ als bestanddeel van een plaatsnaam? In de eerste plaats is het een typisch mediterrane naamgeving.

pag. 108>>

Voor deze bijdrage zijn 47 ‘forum’ plaatsen gevonden, waarvan 33 in Italië, 6 in (vooral Zuid-)Frankrijk en 5 in Spanje. Daarnaast kennen we er één uit Zwitserland, één uit Zuid- Engeland en dan ‘ons’ Forum. Forum Hadriani is daarmee de noordelijkste ‘forum’ plaats van het rijk en een vreemde eend in de bijt.

De betekenis van ‘forum’ in een plaatsnaam is niet eenduidig. Het duidt vaak, maar niet altijd op een marktfunctie. In Italië gaat het van origine dan soms om stationes, pleisterplaatsen (of ‘poststations’) aan belangrijke doorgaande wegen die uitgroeiden tot woonkernen en later stadjes. Het doortrekkende verkeer maakte het voor de inwoners en rondtrekkende handelaren aantrekkelijk om op een markt goederen aan te bieden. Voorbeelden zijn Forum Appii en Forum Clodii. Ook gaat het soms van origine om plaatsen met een bestuursfunctie 78). Het automatisch koppelen van ‘forum’ aan ‘markt’ lijkt dan ook niet juist. Daaraan konden we al twijfelen op basis van de economische structuur van de regio. Daar komt bij, dat bij sommige andere plaatsen met ‘forum’ in de naam, een marktfunctie archeologisch kan worden ondersteund door de vondst van een open marktplaats 79). In Forum Hadriani was dat tot nu toe niet mogelijk. Eerder het tegendeel: dwars door een eerder voorgestelde en ook wel logische plek voor het forum (insula XIII op afbeelding 3) loopt de hiervoor genoemde brede havengeul.

De voorlopige conclusie zou dan ook moeten zijn, dat de identificatie van de plaats als het Forum Hadriani van de Peutingerkaart op zijn minst nader onderzoek en nadere discussie behoeft.

 

Verder kunnen we ons afvragen wat bij de stichting van de nederzetting het doel kan zijn geweest. Er is wel geopperd, dat Cananefaten en Bataven aanvankelijk onder één bestuur
vielen 80). Het zeer late stichtingsmoment van Forum Hadriani (121 of 122 na Chr.) geeft dan te denken. Het Romeinse bestuur moet op dat moment hebben geweten dat urbanisatie in het Nederlandse rivierengebied een uiterst moeizaam proces was, en de Civitas Batavorum was een goudkust vergeleken bij het stamgebied van de Cananefaten. Waarom is dan nog zo laat in de tijd op deze plaats een ten opzichte van het kerngebied van de stam vrij excentrisch gelegen civiele nederzetting gesticht? De plaats lijkt meer te passen in een strategisch-miliair concept dan in een blauwdruk voor lokaal civiel bestuur. In de loop van de tijd werd Forum Hadriani steeds meer gemilitariseerd 81). Speelde bij de locatiekeuze van meet af aan militaire overwegingen (centrum voor rekrutering en training, strategisch gelegen verdedigbare plaats van waaruit de infrastuctuur kon worden onderhouden en bewaakt) een rol? Allemaal vragen die bij komend onderzoek aandacht verdienen.
 

Conclusie 

Forum Hadriani kan niet worden gezien als een geslaagde stad. Urbanisatie van een gebied was binnen het Romeinse bestuursconcept noodzakelijk om tot een succesvol locaal bestuur door de plaatselijke elite te komen. Niet iedere opgelegde urbanisatiepoging leverde een volwaardige stad op. Voor locaal bestuur vanuit een stedelijke nederzetting blijkt in de praktijk een aantal factoren van belang te zijn. Genoemd kunnen worden proto-urbanisatie voorafgaand aan de Romeinse bezetting, een agrarische surplusproductie en een lokale elite die in staat en bereid is zich in de stad te vestigen en het locale bestuur op zich te nemen.

pag. 109>>

Al deze factoren ontbraken bij de Cananefaten. De materiële resten laten een aanzet tot urbanisatie zien, maar van een sociale en economische inbedding in de omgeving, tot een stad die daadwerkelijk als zodanig functioneerde kan het nauwelijks of niet zijn gekomen. De nederzetting kende naar het zich laat aanzien geen locale nijverheid, en van een belangrijke marktfunctie kan nauwelijks sprake zijn geweest, gezien het ontbreken van de daarvoor noodzakelijk surplusproductie van enige omvang.

De precieze aard en rol van de nederzetting lijkt nog niet zeker. Er zijn aanwijzingen dat militair-strategische overwegingen bij de stichting van Forum Hadriani een belangrijker rol speelden dan de wens, een zuiver civiele nederzetting met handels- en marktfuncties ten behoeve van het lokale bestuur te stichten.

Wat betreft het nu gangbare beeld van Forum Hadriani lijkt een nieuwe interpretatie, analyse en discussie nodig.

 

 

* De auteur dankt Willem J.H. Willems voor zijn opmerkingen en aanvullingen.

 

Noten  

1   Buijtendorp 2006c, p. 95-116.

2   Bloemers 1980, p. 168.

3   Bloemers 1978, p. 124.

4   Kropff 2008, p. 12-13.

5   Cary en Scullard 1975, p. 429.

6   Drinkwater 1987, p. 354.

7   Groenman- van Waateringe 1980, p. 1037-1044.

8   Jones 1987, p. 50.

9   Bloemers 1980, p. 160, 167.

10 Roymans 1996, p. 51; Willems 1984, p. 264-266.

11 Kooistra 1996, p. 120.

12 Bloemers 1978, p. 69; Groenman- van Waateringe 1978, p. 452.

13 Bloemers 1980, p. 167.

14 Thoen 1981, p. 252.

15 Willems 1984, p. 270.

16 Bloemers 1978, p. 71.

17 Van Londen 2006, p. 139.

18 Kooistra 1996, p. 126.

19 Willems 1988, p. 244.

20 Bloemers 1980, p. 169-171.

21 Kooistra en Heeren 2007, p. 173.

22 Roymans 1996, p. 82.

23 Kooistra 1996, p.126.

24 Roymans 1996, p. 96-97.

25 Van Driel- Murray 2003, p. 200-203, 215.

26 Willems 1984, p. 270.

27 Roymans 1996, p. 86.

28 Bloemers 1980, p. 169.

29 Bloemers 1978, p. 103-104, 111-112.

30 Ibidem, p. 116.

31 Wacher 1975, p. 36-37.

32 Roymans 1996, p. 73-76.

33 Bloemers 1978, p. 52.

34 Bloemers 1980, p. 173.

35 Willems 1988, p. 244-246.

36 Van Enckevort en Thijssen 2003, p. 64.

37 Perkins en Nevett 2000, p. 237; Vanderhoeven 1996, p. 190.

38 Schalles 2001, p. 434.

39 Buijtendorp 2003, p. 195, 205; Buijtendorp 2006b, p. 64, Buijtendorp 2006a, p. 77.

40 Vanderhoeven 1996, p. 221; Jones 1987, p. 48-49.

41 Willems 1984, p. 238.

42 Vanderhoeven 1996, p. 190; Van Enckevort en Thijssen 2003, p. 64; voor een nuancering Roymans 2004, p. 202-204.

43 Willems 1984, p. 268.

44 Mertens 1983, p. 42.

45 Van Es 1981, p. 137.

46 Bloemers 1980, p. 163; Buijtendorp 1982, p. 157.

47 Baart 1990, p. 11.

48 Van Es 1981, p. 236-237.

49 De Ligt 1993, p. 6-7.

50 Ibidem, p. 149.

51 Morley 2000, p. 212.

52 Engels 1990; Schalles 2001, p. 453.

53 De Ligt 1993, p.106, 130-131, 145.

54 Ibidem, p. 136, 140.

55 Hopkins 1980, p. 103.

56 Roymans 1996, p. 87.

57 Jashemski 1979, p. 91, 193, 242.

58 Niñez 1984.

59 Schalles 2001, p. 440-441; Jones 1987, p. 50-51; Vanderhoeven 1996, p. 243-244.

pag. 110>

60 Bink en Franzen 2009, p. 405.

61 Whittaker 1994, p. 105-110.

62 Ibidem, p. 118; Van Es 1981, p. 266.

63 Schalles 2001, p. 446-451.

64 Ibidem, p. 434-435; Willems 1988, p. 244-246.

65 Kunow 1992, p. 146-147.

66 Kropff 2008, p. 3.

67 Esmonde Cleary 2003, p. 77.

68 Bloemers 1978, p. 124.

69 Buijtendorp 2006c, p. 97.

70 Ibidem.

71 Kropff 2008, p. 9-10.

72 Ibidem, p. 13.

73 Vanderhoeven 1996, p. 221.

74 Waasdorp 2003.

75 Bogaers 1960/1961, p. 303.

76 Bogaers 1971, p. 133.

77 Waasdorp 2003, p. 41-43, 58-59.

78 Cary en Scullard 1975, p. 140, 601 noot 3.

79 De Ligt 1993, p. 117.

80 Van Es 1981, p. 216-217; Bloemers 1978, p. 81.

81 Kropff 2008.

 

Literatuur

 

Baart, J.M., 1990. Inventarisatie van Romeinse muntvondsten in Noord- en Zuid-Holland. (Nederlandse Archeologische Rapporten 12). Amersfoort.

 

Bink, M. en P.F.J. Franzen, 2009. Forum Hadriani-Voorburg. Definitief Archeologisch Onderzoek. (BAAC rapport A-05.0125). ‘s-Hertogenbosch.

 

Bloemers, J.H.F., 1978. Rijswijk (Z.-H.), ‘De Bult’. Eine Siedlung der Cananefaten. (Nederlandse Oudheden 8). Amersfoort.

 

Bloemers, J.H.F., 1980. Engelse drop: een poging tot ontleding van het romanisatieproces in Nederland. Westerheem 29, 152-173.

 

Bogaers, J.E., 1960/1961. Civitas en stad van de Bataven en Canninefaten. Berichten ROB
10-11, 263-317.

 

Bogaers, J.E., 1971. Voorburg-Arentsburg: Forum Hadriani. Oudheidkundige Mededelingen uit het Rijksmuseum van Oudheden te Leiden 52, 128-138.

 

Buijtendorp, T.M., 1982. Een Romeinse stad bij Voorburg-Arentsburg, een interpretatie. Westerheem 31, 142-163.

 

Buijtendorp, T.M.,1987. Romeinse landmeters in Forum Hadriani bij Voorburg. Westerheem 36, 74-96.

 

Buijtendorp, T.M., 2003. Lugdunum en Batavodurum- twee proto-urbane nederzettingen. Westerheem 52, 190-210.

 

Buijtendorp, T.M., 2006a. De voorganger van Forum Hadriani. Van inheemse nederzetting tot centrale plaats. In: W. de Jonge, J. Bazelmans en D. de Jager (eds.), Forum Hadriani. Van Romeinse stad tot monument. Utrecht, 66-77.

 

Buijtendorp, T.M., 2006b. Lugdunum bij Katwijk. Een voorstedelijke nederzetting uit de eerste eeuw in Cananefaats gebied. In: W. de Jonge, J. Bazelmans en D. de Jager (eds.), Forum Hadriani. Van Romeinse stad tot monument. Utrecht, 62-65.

 

Buijtendorp, T.M., 2006c. Bouw en groei: de bloeiperiode van Forum Hadriani. In: W. de Jonge, J. Bazelmans en D. de Jager (eds.), Forum Hadriani. Van Romeinse stad tot monument. Utrecht, 95-116.

 

Driel- Murray, C. van, 2003. Ethnic Soldiers: The Experience of the Lower Rhine Tribes. In:
T. Grünewald en S. Seibel (eds.), Kontinuität und Diskontinuität. Germania Inferior am Begin und am Ende der römischen Herrschaft. Berlin en New York, 200-217.

 

Cary, M., en H.H. Scullard, 19753 . A History of Rome. Londen.

 

Drinkwater, J.F., 1987. Urbanization in Italy and the Western Empire. In: J. Wacher (ed.), The Roman World I. Londen en New York, 345-379.

 

Enckevort, H. van, en J. Thijssen, 2003. Nijmegen- A Roman Town in the Frontier Zone of Germania Inferior. In: P. Wilson (ed.), The Archaeology of Roman Towns. Studies in honour of John S. Wacher. Oxford, 59-72.

 

Engels, D., 1990. Roman Corinth : An Alternative Model for the Classical City. Chicago en Londen.

 

Es, W.A. van, 19813. De Romeinen in Nederland. Haarlem.

 

Esmonde Cleary, A.S., 2003. Civil Defences in the West under the High Empire. In: P. Wilson (ed.), The Archaeology of Roman Towns. Studies in honour of John S. Wacher. Oxford, 73-85.

 

Groenman- van Waateringe, W., 1978. Palynologische Untersuchung dreier Grabenprofile aus der römerzeitlichen Siedlung in Rijswijk (Z.H.). In: J.H.F. Bloemers, 1978. Rijswijk (Z.-H.), ‘De Bult’. Eine Siedlung der Cananefaten. (Nederlandse Oudheden 8). Amersfoort, 452-456.

 

Groenman- van Waateringe, W., 1980. Urbanization and the North-West Frontier of the Roman Empire. In: W.S. Hanson en L.J.F. Keppie (eds.), Roman Frontier Studies 1979. (BAR International Series 71). Oxford, 1037-1043.

pag. 111>>

Hopkins, K., 1980. Taxes and Trade in the Roman Empire (200 B.C.- A.D. 400). Journal of Roman Studies 70, 101-125.

 

Jashemski, W.F., 1979. The Gardens of Pompeii, Herculaneum and the Villas Destroyed by Vesuvius. New Rochelle.

 

Jones, R.F.J., 1987. A False Start? The Roman Urbanization of Western Europe. World Archaeology 19/1, 47-57.

 

Kooistra, L.I., 1996. Borderland Farming. Possibilities and Limitations of Farming in the Roman Period and Early Middle Ages between Rhine and Meuse. Amersfoort.

 

Kooistra, L.I., en S. Heeren, 2007. Het verhaal van een afgebrande graanschuur. In:
N. Roymans, T. Derks en S. Heeren (eds.), Een Bataafse gemeenschap in de wereld van het Romeinse rijk. Opgravingen te Tiel-Passewaaij. Utrecht, 167-175.

 

Kropff, A., 2008. De militaire context van Forum Hadriani. Westerheem 57, 2-15.

 

Künow, J., 1992. Zentralität und Urbanität in der Germania inferior des 2. Jahrhunderts n. Chr. In: H.-J. Schalles, H. von Hesberg en P. Zanker (eds.), Die Römische Stadt im 2. Jahrhunderts n. Chr. (Xantener Berichte 2). Bonn, 143-152.

 

Ligt, L. de, 1993. Fairs and Markets in the Roman Empire. Economic and social aspects of periodic trade in a pre- industrial society. Amsterdam.

 

Londen, H. van, 2006. De inheemse bewoning in het landelijk gebied. In: W. de Jonge, J. Bazelmans en D. de Jager (eds.), Forum Hadriani. Van Romeinse stad tot monument. Utrecht, 131-139.

 

Mertens, J., 1983. Urban wall-circuits in Gallia Belgica in the Roman period. In: J. Maloney en
B. Hobley (eds.), Roman urban defences in the West. (CBA research report 51). Londen, 42-56.

 

Morley, N., 2000. Markets, marketing and the Roman elite. In: E. Lo Cascio (ed.), Mercati permanenti e mercati periodici nel mondo romano. Atti degli incontri capresi di storia
dell’ economia antica. (Capri 13-15 ottobre 1997).
Bari, 211- 221.

 

Niñez, V., 1984. Household Gardens: Theoretical Considerations on an Old Survival Strategy. (Food Systems Research Series 1). Lima.

 

Perkins, P., en L. Nevett, 2000. Urbanism and urbanization in the Roman world. In: J. Huskinson (ed.), Experiencing Rome. Cultural Identity and Power in the Roman Empire. Londen, 213-244.

 

Roymans, N., 1996. The Sword or the Plough. Regional dynamics in the romanisation of Belgic gaul and the Rhineland area. In: N. Roymans (ed.), From the Sword to the Plough. Three studies on the earliest romanisation of Northern Gaul. (Amsterdam Archaeological Studies 1). Amsterdam, 9-126.

 

Roymans, N., 2004. Ethnic identity and imperial power. The Batavians in the Early Roman Empire. (Amsterdam Archaeological Studies 10). Amsterdam.

 

Roymans, N., T. Derks en S. Heeren, 2007. Romeins worden op het Bataafse platteland. Een synthese. In: N. Roymans, T. Derks en S. Heeren (eds.), Een Bataafse gemeenschap in de wereld van het Romeinse rijk. Opgravingen te Tiel-Passewaaij. Utrecht, 11-32.

 

Schalles, H.-J., 2001. Die Wirtschaftskraft städtischer Siedlungen am Niederrhein: zur Frage der wirtschaftlichen Beziehungen des römischen Xanten mit seinem Umland. In: T. Grünewald en
H.-J. Schalles (eds.), Germania inferior: Besiedlung, Gesellschaft und Wirtschaft an der Grenze der Römisch-germanischen Welt. Berlijn- New York, 431-463.

 

Thoen, H., 1981. The Third Century Roman Occupation in Belgium: the Evidence of the Coastal Plain. In: A. King en M. Henig (eds.), The Roman West in the Third Century. Contributions from Archaeology and History. (BAR International Series 109 i). Oxford, 245-257.

 

Vanderhoeven, A., 1996. The earliest urbanisation in Northern Gaul. Some implications of recent research in Tongres. In: N. Roymans (ed.), From the Sword to the Plough. Three studies on the earliest romanisation of Northern Gaul. (Amsterdam Archaeological Studies 1). Amsterdam, 189-260.

 

Waasdorp, J.A., 2003. IIII M.P. naar M.A.C. Romeinse mijlpalen en wegen. (Haagse Oudheidkundige Publicaties 8). Den Haag.

 

Wacher, J., 1975. The Towns of Roman Britain. Londen.

 

Whittaker, C.R., 1989. Supplying the system: frontiers and beyond. In: J.C. Barrett, A.P Fitzpatrick en L. Macinnes (eds.), Barbarians and Romans in North-west Europe  from the Later Republic to Late Antiquity . (BAR International Series 471). Oxford, 64-80.

 

Whittaker, C.R., 1994. Frontiers of the Roman Empire. A Social and Economic Study. Baltimore en Londen.

 

Willems, W.J.H., 1984. Romans and Batavians. A regional Study in the Dutch Eastern River Area, II. Berichten ROB 34, 39-331.

 

Willems, W.J.H., 1988. The Dutch river area. Imperial policy and rural developments in a late Roman frontier zone. In: R.F.J. Jones, J.H.F. Bloemers, S.L. Dyson and M. Biddle (eds.),  First Millennium Papers, Western Europe in the First Millennium A.D. (BAR International Series 401). Oxford, 241-256.